Seizoen 2 van Battlefield 6 is nog steeds te klein, maar daar staat tegenover dat ik zelfs in een modus die ik normaal gesproken zo veel mogelijk vermijd, plezier beleef aan de nieuwe map.
Het klinkt misschien vreemd, maar in Battlefield 6 wil ik gewoon even ontspannen. Ik hou ook van de shooter-serie omdat ik me niet dertig minuten achter elkaar in chaotische close combat-gevechten hoef te storten en zoveel mogelijk kills hoef te verzamelen. Als ik wil, blijf ik gewoon als sniper op de achtergrond, rijd ik mee in een voertuig of concentreer ik me op het reanimeren.
Daarom speel ik vooral Conquest of Escalation en laat ik compactere modi zoals Breakthrough links liggen. Maar dankzij de nieuwe kaart heb ik nu zelfs zin in verbeten belegeringsgevechten!
Strijd om elke meter
Doorbraak was in Battlefield 6 vooral in de eerste weken een bouwplaats. Exploits maakten sommige kaarten tot een sniperhel, foutieve voertuig-spawns zorgden voor ergernis en de veroveringszones waren vaak zo ingedeeld dat er frustrerende stellingsgevechten zonder vooruitgang ontstonden.
Ik kon daarom maar niet warm lopen voor de spelmodus, maar de nieuwe kaart Contaminated heeft daar nu verandering in gebracht. Gelukkig zijn al die problemen hier niet aanwezig en heb ik hier in mijn bijna 200 uur speeltijd al enkele van de spannendste en (op een goede manier) meest intense gevechten meegemaakt. Daar zijn naar mijn mening drie redenen voor:
- Elke sector is uniek: Het veroveren of verdedigen van elk deel voelt als een aparte strijd, waarbij ik me moet aanpassen aan nieuw terrein en andere tactieken. Het wordt nooit saai en elke sector is op zijn eigen manier leuk.
- Er is ruimte: Ik hoef me nooit te beperken tot blindelings op de tegenstanders af te stormen. In elk deel kan ik ook alternatieve routes proberen, de tegenstanders flankeren en hen in de rug aanvallen als ze zich niet goed genoeg beveiligen. Daarbij blijft de map goed in balans en hebben noch verdedigers noch aanvallers een duidelijk voordeel.
- Ik voel me alsof ik in de strijd ben: Battlefield 6 is zeker geen sfeermonster zoals Battlefield 1, maar bij Breakthrough op Contaminated voel ik me echt alsof ik in de strijd ben.
Ik ruk op door modderige loopgraven en verschuil me achter elk stukje dekking om te ontsnappen aan het machinegeweervuur en de vijandelijke sluipschutters. Als verdediger graaf ik me in bunkers in en houd ik golf na golf vijandelijke aanvallers tegen.
Ik ben erg benieuwd hoe het derde deel van het seizoen, dat op 14 april begint, zich zal spelen in Operation Augur
, een modus die is gebaseerd op de operaties uit Battlefield 1. Hier vecht ik dan om twee maps: als ik het buitengebied van de militaire basis heb veroverd, ga ik de gangen van de bunker in. Dat zou de gevechten nog spannender kunnen maken, ook al zullen ze dan waarschijnlijk behoorlijk lang duren.
Hoewel ik het momenteel leuk vind om Breakthrough op de nieuwe map te spelen, ben ik nog niet helemaal tevreden met Battlefield 6. Het fundamentele probleem blijft namelijk dat er simpelweg te weinig maps zijn die mij zo’n ervaring bieden in de shooter. De volgende map, Hagental Base, wordt een puur indoor infanterie-slagveld, dus precies wat ik niet echt leuk vind in een Battlefield.
Op de lange termijn zou ik heel graag zien dat Battlefield 6 zijn seizoenen uitbreidt met meer kaarten. Maar nog belangrijker voor mij is natuurlijk dat, net als in seizoen 2, vooral de kwaliteit van de kaarten goed is. Een debacle zoals bij Blackwell Fields mag zich in geen geval herhalen, dan heb ik liever minder kaarten.

